Categoriearchief: Tekst

Recensie ‘Kracht en kwetsbaarheid, over het leven van hoogbegaafde volwassenen’

Onderstaande recensie schreef ik in februari 2020 voor MB Berichten van Mensa Nederland. Helaas werd op verzoek van één van de auteurs de recensie niet gepubliceerd.
Aangepaste versie april 2021.

Het boek ‘Kracht en kwetsbaarheid’, is een informatief boek over hoogbegaafdheid. Het geeft een bredere kijk op begaafdheid en de vele mogelijke verschijningsvormen ervan.

Delphi-model hoogbegaafdheid

Na een inleiding, een beschrijving van het Delphi-model hoogbegaafdheid, een hoofdstuk over beeldvorming en vooroordelen, volgen acht hoofdstukken waarin een chronologische ontwikkeling van baby tot volwassene wordt beschreven. In deze hoofdstukken gaat het over scholing, familie, opvoeding, relaties en carrière.

Anders dan veel andere boeken over hoogbegaafdheid, is het gebaseerd op verhalen en informatie van ‘door de auteurs groepsgewijs samengebrachte mensen die naar hun oordeel hoogbegaafd zijn’. Aan de hand van het Delphi-model hoogbegaafdheid, opgesteld door Van Thiel in 2008, is gekeken hoe en op welke wijze de kenmerken van dit model op de cliënten van toepassing is. Doel hierbij is om cliënten ‘door de bril van het model naar zichzelf’ te laten kijken, omdat dit ‘helpend en verduidelijkend’ kan zijn.

De inhoudsanalyse is uitgevoerd door twee cursusleiders, te weten een psychotherapeut en een psycholoog, beiden auteurs van het boek. Zij hebben ruim 2000 tekstelementen, afkomstig van 76 cliënten, samengevat en geanalyseerd tot 11 thema’s. De informatie en teksten zijn verkregen door middel van schrijfwijzers en vragenlijsten. In het kader van het Delphi-model is gebruik gemaakt van positieve beschrijvingen en zijn negatieve weggelaten. Ook tegenstrijdigheden zijn buiten beschouwing gelaten. In het boek worden ‘alleen de meest in het oog springende resultaten van de analyse van het materiaal inzake de Delphi-kenmerken weergegeven’.

Kenmerken hoogbegaafdheid

De bijeengebrachte informatie is hypothetisch en geeft een overzicht van veel voorkomende en opmerkelijke kenmerken welke gezien zijn bij de deelnemende cliënten uit de praktijk van Van Thiel. De groep bestaat uit hoogbegaafde volwassenen ‘die op enige manier in hun leven zijn vastgelopen’. De vraag hierbij is hoe ‘gewoon’ en representatief de 76 deelnemers zijn, aangezien het personen betreft welke met een hulpvraag en eigen vermoeden van hoogbegaafdheid zich richten tot een praktijk met hoogbegaafdheid als specialisatie. Ook het uitsluiten van personen die te veel afwijken wegens een te ernstige problematiek kan de uitkomsten van het onderzoek beïnvloeden.

Aan de hand van de Delphi-kenmerken wordt een persoonlijkheidsbeschrijving gegeven. Hierbij worden de meest essentiële kenmerken benoemd om zo de essentie van een bepaald verschijnsel weer te geven (ideaaltype Weber). De auteurs spreken van een ‘hoogbegaafde persoonlijkheidsconstellatie’ en beschouwen hoogbegaafdheid als ‘een bijzonder biologisch ‘substraat’, een ‘scherp en spits’ neurologisch systeem’. In het voorwoord schrijft Jan Derksen, dat de auteurs ‘het intrinsieke begrijpen van deze bijzondere en niet veel voorkomende staat van zijn’ belangrijker vinden dan de IQ-score. Zelf schrijven de auteurs dat het ‘gaat om twee heel verschillende concepten: intelligentie gaat (slechts) over het cognitieve functioneren, terwijl hoogbegaafdheid over de hele persoonlijkheid gaat.’. De IQ-score is van minder belang en wanneer een cliënt zich herkent in lijstjes en teksten over hoogbegaafdheid en de therapeuten zich daar bij kunnen aansluiten, dan is dat voldoende. Het gaat in samenspraak met de cliënt en ‘gaat zelden of nooit ‘fout’ in de zin dat wij ons vergissen’. Wanneer bepaalde Delphi kenmerken minder of niet aanwezig zijn, dan zijn deze ‘weggestopt, verdrongen of vermeden’ en komen deze later ‘enigszins of vaak weer in ruime mate tot bloei’.

Het is positief als er meer ruimte ontstaat om als hoogbegaafde zichzelf te zijn. Dit betekent veel voor het welzijn en functioneren van de persoon zelf en zijn of haar omgeving. Het is hierbij wel van belang om bewust te zijn van de afhankelijkheidsrelatie van cliënt en hulpverlener en op welke gronden de therapeut de verdrongen eigenschappen veronderstelt.

Meer dan hoogbegaafd

Ander punt van overweging is dat een persoonlijkheidsmodel gedrag en eigenschappen plaatst binnen bepaalde kaders. Terwijl gedrag complex is en altijd in een context staat, tijdgebonden is en onderhevig aan vele factoren. Een persoonlijkheidstypering kan inzicht geven, dat is ook het doel van het boek, inzicht en hulp bieden. Echter is het in kaart brengen van karakteristieken ten aanzien van een bepaalde groep altijd ook een beperking. Zo kan de indeling van baby’s in extravert of introvert en peuters in dat verlengde als zijnde ‘ondernemertjes of waarnemertjes’, verhelderend zijn, maar doet het de werkelijkheid ook tekort. Want hoe opvallend en veelvoorkomend een verschijnsel ook kan zijn, het is een veronderstelling, waaruit je niet kunt opmaken dat deze voor ieder individu altijd op zal gaan. Bepaalde eigenschappen en kenmerken zijn mogelijk ook op andere gronden te verklaren.

De schrijvers stellen dat uiteindelijk voor ieder individu persoonlijke oplossingen nodig zijn. Het Delphi-model en het boek kunnen hierbij als instrument dienen om meer inzicht te krijgen in hoogbegaafdheid.

De auteurs denken dat het Delphi-model ook behulpzaam kan zijn bij het bespreekbaar maken van de eigen hoogbegaafdheid. Het is inderdaad een goed idee om, wanneer je erover wenst te spreken, dit te doen aan de hand van mogelijke kenmerkende eigenschappen welke verband houden met het hoogbegaafd zijn. Op die manier hoef je niet direct de termen IQ en hoogbegaafdheid te noemen, wat nogal eens vervelende reacties kan opleveren. Aan de andere kant kun je je afvragen in wat voor positie je jezelf plaatst als je jezelf gaat uitleggen. Daarbij, wanneer iemand een ‘ik ben zo en zo’ verhaaltje begint, klinkt het al snel als ‘ik ben nou eenmaal zo’ en dat is meestal niet erg bevorderlijk voor de communicatie.

Het hoogbegaafde persoonlijkheidstype

De stellige schrijfwijze van met name hoofdstukken 4 t/m 11 en het veelvuldig gebruik van woorden als ‘veel voorkomend’, ‘vaak’, ‘meestal’, ‘opmerkelijk’, ‘gebruikelijk’, ‘geregeld’, ‘opvallend weinig’, ‘lijken oververtegenwoordigd’, enzovoorts, kan de indruk wekken dat iedere hoogbegaafde op enigerlei wijze voldoet aan het beeld wat in het boek wordt beschreven. Veel voorbeelden worden gepresenteerd als kenmerkend voor de hoogbegaafde, waarbij er op bepaalde gebieden maar een beperkt aantal mogelijke gedragsstijlen wordt beschreven. Hier is waarschijnlijk bewust voor gekozen om het geheel overzichtelijk te houden en voornamelijk de essentiële kenmerken te behandelen. Wat daar buiten valt, wordt niet of slechts summier besproken.

Ondanks dat in de inleiding en het slot duidelijk is beschreven hoe het boek tot stand is gekomen, vraag je je tijdens het lezen toch geregeld af, hoe veel? Hoe vaak of hoe weinig? En in welke verhouding, welk verband? En waar is dit op gebaseerd? En wordt het geen doel op zichzelf wanneer personen zich te veel vereenzelvigen met welk persoonlijkheidstype dan ook?

Visie op hoogbegaafdheid

Het Delphi-model geeft inzicht en levert een positieve bijdrage aan het begrip van hoogbegaafdheid. Het boek ‘Kracht en kwetsbaarheid’ geeft veel praktijkvoorbeelden en is voor velen een feest van herkenning. Maar er zijn ook kritische geluiden, zoals een hoogbegaafde die stelde ‘dat goed functionerende en gelukkige hoogbegaafden ‘heel anders in elkaar zitten dan jullie clientèle’’. Dit doen de schrijvers af door te stellen dat deze kritiek komt van mensen die zich ‘niet weggezet willen zien als problematische mensen en die zich niet willen vereenzelvigen met ggz-publiek’. Dit is helaas wel een erg gemakkelijke manier om kritiek ter zijde te schuiven.

De schrijvers erkennen dat hun arbeid gekleurd is door hun ervaring met cliënten, maar zien dit eerder als een voordeel dan een nadeel. ‘Als wij, de informatie uit de schrijfwijzers samenvattend, stuitten op kennis die wij bij onze individuele cliënten niet herkenden, dan hebben wij die informatie iets minder zwaar laten wegen. En andersom, als wij de informatie ook in onze individuele behandelingen tegenkwamen, dan kreeg die wat meer gewicht.’

Het boek bespreekt ook veel gehoorde vooroordelen, zoals dat hoge intelligentie helemaal niet alles zegt en ‘intelligentie maar een ‘klein aspectje van het menselijk bestaan is’. Het is zeker veel meer dan dat, maar door de wijze waarop het boek is geschreven met focus op bepaalde hoogbegaafdheidskenmerken, geeft het de suggestie dat hoogbegaafdheid welhaast de enige en doorslaggevende factor is welke de persoonlijkheid bepaalt. Hoogbegaafdheid omvat de gehele persoon en is veel meer dan alleen goed en snel kunnen denken. Maar er zijn ook altijd andere factoren die een rol spelen in gedrag en persoonlijkheid. Het zenuwstelsel bepaalt een persoon, maar is niet het enige wat de mens tot mens maakt.

Hoogbegaafde volwassenen

Samenvattend is ‘Kracht en kwetsbaarheid’ een informatief boek over hoogbegaafde volwassenen. De ene hoogbegaafde lezer zal er mogelijk meer van zichzelf in herkennen dan de andere.

Het boek is gebaseerd op kennis uit de praktijk en de verkregen informatie is niet getoetst of vergeleken met bestaande literatuur op het gebied van hoogbegaafdheid. In een voetnoot vermelden de auteurs dat dit mogelijk iets is voor een volgend project.

Voor wie verder wil lezen, biedt de literatuurlijst achterin het boek mogelijk interessante titels.

Kracht en kwetsbaarheid
Over het leven van hoogbegaafde volwassenen

Maud van Thiel en Imanda Slief-Boom
Uitgave van Oya Productions, Ede 2020
ISBN 978-90-9032384-8
Gelijmd, softcover, 219 bladzijdes.
Oya Productions is onderdeel van de praktijk voor psychotherapie van Maud van Thiel.

Naast ‘Kracht en kwetsbaarheid’ publiceerde zij eerder het boek ‘Hoogbegaafd. Dat zie je zó!’.

Recensie F.S. Scholten 2020

Leven met intensiteit – boekbespreking

Geschreven voor en gepubliceerd in de Nieuwe Mensa Berichten januari 2021.

Toen ik op internet zocht naar boeken trok de titel Leven met intensiteit mijn aandacht. Het boek is geschreven onder redactie van Susan Daniels en Michael M. Piechowski en heeft als subtitel Over begrip voor de sensitiviteit, prikkelbaarheid en emotionele ontwikkeling van begaafde kinderen, adolescenten en volwassenen. De oorspronkelijke titel is Living with Intensity: Understanding the Sensitivity, Excitability and the Emotional Development of Gifted Children, Adolescents and Adults. In 2019 is het boek door Gay P. Vos vanuit het Engels in het Nederlands vertaald. Het boek is ingedeeld in vier delen en heeft 15 hoofdstukken. De hoofdstukken zijn geschreven door diverse auteurs. Achterin het boek staan onder meer twee vragenlijsten over hyperprikkelbaarheid en een twintig bladzijden lange bibliografie.

Het boek is gebaseerd op de theorie van de Poolse psycholoog en psychiater Kazimierz Dąbrowski (1902-1980). Volgens hem is hoogbegaafdheid een eigenschap die de gehele persoonlijkheid omvat en niet alleen betrekking heeft op een hoog IQ. Hij beschrijft hoogbegaafdheid als een verhoogde intensiteit en hyperprikkelbaarheid op psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, verbeeldend en emotioneel gebied.

Het eerste deel gaat over de theorie van positieve desintegratie van Dąbrowski. Hij zag in de intensiteit en sensitiviteit van begaafde jongeren niet alleen de kracht die kan leiden tot overstimulatie, conflicten en pijn, maar ook een ontwikkelingspotentieel om vanuit desintegratie tot een hogere persoonlijke ontwikkeling te komen. Dit ontwikkelingsniveau wordt volgens Dąbrowski bepaald door individuele vaardigheden en talenten, de emotionele ontwikkeling, hyperprikkelbaarheden (overexcitability) en de zelfredzaamheid. De hyperprikkelbaarheden (psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, verbeeldend en emotioneel) komen in het eerste hoofdstuk en in deel twee van het boek uitgebreid aan bod.

Persoonlijke groei is volgens Dąbrowski niet leeftijdsgebonden en gaat levenslang door. Hij onderscheidt vijf ontwikkelingsniveaus, die in hoofdstuk 2 worden beschreven en die zijn ingedeeld naar de mate van ontwikkeling en complexiteit, van unilevel naar multilevel. Niveau 1 en 2 vallen onder het unilevel proces. Er is weinig tot geen persoonlijke ontwikkeling, nauwelijks introspectie en weinig innerlijke spanning. Niveau 3 t/m 5 vallen onder het multilevel proces, waarbij sprake is van een complexere ontwikkeling. Op niveau 3 komt het proces van innerlijke transformatie op gang en is er meer spanning. Niveau 4 kenmerkt zich door gemotiveerd handelen en zelfactualisatie. Niveau 5 is het hoogste ontwikkelingsniveau met veel zelfkennis, een intens bewustzijn en innerlijke rust.

Deel twee omvat 7 hoofdstukken die dieper ingaan op de verschillende vormen van intensiteit en de praktische gevolgen daarvan. De vijf hyperprikkelbaarheden worden met veel voorbeelden uit de praktijk beschreven. Het derde deel gaat over de volwassen begaafde en hoe deze zich verder ontwikkelt. Positieve en negatieve aspecten worden beschreven aan de hand van verschillende individuele verhalen. Het vierde en laatste deel behandelt onderzoek en toepassing van de theorie van Dąbrowski.

Leven met intensiteit is een dik boek (433 blz.) met veel voorbeelden en aandacht voor het anders zijn van de hoogbegaafde, wat kan helpen hoogbegaafdheid te herkennen en daarop een bredere blik te krijgen.

Leven met intensiteit.
Over begrip voor de sensitiviteit, prikkelbaarheid en emotionele ontwikkeling van begaafde kinderen, adolescenten en volwassenen.
Onder redactie van Susan Daniels en Michael M. Piechowski.
In 2019 in het Nederlands vertaald door Gay P. Vos.
Novilo 2019.

Nieuwe Mensa berichten 01/2021.

Dierlijke drang tot creatieve expressie

Voor HIQ Magazine schreef ik een artikel over creativiteit bij dieren.
Het artikel is gepubliceerd samen met één van mijn illustraties in het najaar nummer 2020.

Dierlijke drang tot creatieve expressie 

Dat dieren creatieve oplossingen kunnen bedenken is bekend. Vaak heeft die creativiteit een functie, zoals overleven en behoud van de soort. Maar zijn dieren ook creatief als daartoe geen noodzaak is?

Prieelvogel

Een opvallende artiest in het dierenrijk is de prieelvogel uit Australië en Nieuw-Guinea. Het mannetje maakt om de vrouwtjes te verleiden kunstzinnige priëlen, die hij rijkelijk en kleurrijk versiert met alles wat hij maar kan vinden; besjes, bloemen, steentjes, schelpen, vogelveren, botjes, glimmende schilden van kevers, maar ook menselijk afval als plastic dopjes, scherven, enzovoorts. Deze creatieve vogel is in staat om verschillende soorten materiaal te zoeken en te verzamelen om dat vervolgens te rangschikken op vorm en kleur. Hij doet dit heel nauwkeurig en decoreert zijn takkenprieel volgens een bepaalde orde. Behalve het sorteren op vorm en kleur, rangschikt hij de objecten ook van klein naar groot, wat het geheel een extra optisch effect geeft. Dat de decoratie niet willekeurig tot stand komt blijkt ook uit het feit dat de vogel objecten die worden toegevoegd of verplaatst, weghaalt of terug op hun plek legt. De prieelvogel heeft een scherp oog voor zijn creatie.

De schilderende aap

Heel anders dan de architectonische decoraties van de prieelvogel zijn de schilderijen van chimpansees. Waar de prieelvogel het ingrijpen van de mens niet op prijs stelt, laat de chimpansee zich graag aan het werk zetten met papier en penseel.

Er zijn in het verleden verschillende onderzoeken naar het schilderwerk van apen gedaan, veelal met chimpansees. Bekende onderzoekers zijn biologe Nadezada Kohts, die begin 20e eeuw het gedrag van chimpansee Joni bestudeerde, en de zoöloog en kunstschilder Desmond Morris, die geloofde in de kunstzinnigheid van chimpansee Congo. Congo (1954–1964) is één van de beroemdste schilderende apen, zijn schilderijen werden voor veel geld verkocht aan liefhebbers, waaronder kunstenaars als Picasso. Zijn werk werd meermaals tentoongesteld, onlangs nog in 2019 was er een expositie van zijn schilderijen bij The Mayor Gallery in Londen.

Met schildersmaterialen tot hun beschikking blijken apen niet alleen te kunnen schilderen, maar ook gevoel voor compositie te hebben met een voorkeur voor symmetrie in vorm en kleur. Daarbij schildert de aap binnen het kader van het papier. Het schilderen van de chimpansees ontwikkelt zich naarmate ze dit langer en vaker doen. De schilderijen worden in de loop der tijd complexer van opbouw en vorm. Ook experimenteren de apen gaandeweg met materialen en technieken. De schilderijen zijn abstract en laten vaak ellipsen, draaikolken of waaier patronen zien, zoals die ook te zien zijn in de tekeningen van jonge kinderen.

Het ontwikkelingsniveau van apen beperkt hun mogelijkheden tot creatieve expressie, evenals de bouw en anatomie van de handen, die van invloed is op het motorische functioneren. De beweeglijkheid van hand, arm en schouder beïnvloeden de mogelijke uitingsvormen. Net zoals heel jonge kinderen zijn apen niet in staat om een gesloten cirkel te tekenen. Een cirkel tekenen vereist de vaardigheid om begin- en eindpunt van de ronde lijn met elkaar te verbinden. Deze tekenvorm ontstaat over het algemeen niet toevallig, maar is een bewuste handeling. Met het bewust tekenen van een gesloten cirkel begint dan ook de betekenisgeving van de tekening.

Tijdens het schilderen zijn de apen opvallend geconcentreerd. De vraag is of deze concentratie voortkomt uit het bewust iets creëren, het opgaan in de schildershandeling of dat het schilderen een vorm van afleiding is. Schildert de aap vanuit de drang om iets nieuws te maken of is het schilderen meer een meditatieve handeling? Heeft het dier een behoefte om zich creatief te uiten zonder dat daar een specifieke reden voor is?

Omdat de apen weinig waarde lijken te hechten aan hun schilderijen en ze na verloop van tijd verscheuren of zelfs opeten, lijkt het schilderen als activiteit belangrijker te zijn dan het uiteindelijke resultaat. Dit in tegenstelling tot mensen, die schilderkunst tentoonstellen en schilderijen bewaren. Aan de andere kant gaf Congo duidelijk aan wanneer zijn schilderij al dan niet af was. De aap weigerde verder te schilderen, tenzij op een nieuw papier of was zichtbaar geïrriteerd als zijn werk onderbroken werd, wat erop duidt dat het eindresultaat schijnbaar wel belangrijk was voor de aap. Maar zijn de schilderijen daarmee ook kunst?

Het kunstbegrip

De vraag of de schilderijen van Congo kunst zijn is mede afhankelijk van wat onder kunst wordt verstaan. De opvattingen over kunst zijn cultuur- en tijdgebonden. Over wat wel of geen kunst is valt te twisten en smaken verschillen, maar in zijn algemeenheid kan gesteld worden dat kunst het resultaat is van een bewuste creatie. Waarbij de kunstenaar vanuit creatieve vrijheid keuzes maakt in materiaal, techniek en onderwerp om tot een beeld te komen. Naast het maken van kunst verhoudt de maker zich ook tot het werk van andere kunstenaars en de kunstgeschiedenis.
Het kunstbegrip is een terugkerend onderwerp van discussie. In 1964 stelde de Zweedse journalist Åke Axelsson kunstcritici op de proef door schilderijen gemaakt door een chimpansee te presenteren als zijnde schilderijen van een onbekende Franse avant-gardeschilder genaamd Pierre Brassau. De schilderijen werden tentoongesteld en de meeste kunstcritici hadden niets in de gaten en schreven lyrische kritieken over de expositie van de onbekende schilder.

Hoe een kunstwerk tot stand komt, of het gemaakt is door een kleuter, een aap of een professioneel kunstenaar, speelt niet altijd een doorslaggevende rol in de waardebepaling van het werk. Uiteindelijk beslist de curator aan de hand van zijn visie op kunst of een werk wordt opgenomen in de tentoonstelling en geeft het daarmee de status van kunst. Zoals het urinoir van Duchamp kunst is, omdat het tot kunst verklaard is.

Het maakproces

Bij de vraag of dieren een drang tot creatieve expressie hebben, speelt het resultaat niet de grootste rol, maar meer de wijze waarop de creatie tot stand is gekomen. Was er in het maakproces sprake van creatieve vrijheid en bewuste regie? In hoeverre is een aap zich bewust van het schilderproces en maakt hij doelgerichte keuzen in vorm en kleur? Verzamelt de prieelvogel objecten om deze een nieuwe betekenis te geven of brengt hij de objecten bijeen om indruk te maken op het andere geslacht? Daarnaast, hoe bewust of intuïtief schilderde Vincent van Gogh?

Het voornaamste verschil tussen mens en dier zit in het feit dat de mens bewust en vrij ervoor kiest iets te creëren. Zelfs als er intuïtief gewerkt wordt, valt dit binnen de context van het bewust gekozen maakproces. Zoals ook wanneer een kunstenaar gebruik maakt van het toeval in zijn werk, dit altijd binnen een bepaalde context en met een vooropgezet plan gebeurd. De maker geeft het toeval of zijn intuïtie bewust een rol in het werk.

In de kunst is naast de bewuste keuze om iets te maken ook de vrijheid in expressie belangrijk. Niet elke bewuste creatieve expressie levert per definitie kunst op. Zoals ook niet elk knap en kunstig vervaardigd schilderij door vakmanschap ook kunst is. Het goed beheersen van materiaal en techniek geeft meer mogelijkheden om iets te maken, maar zijn geen doel op zich. Oefening baart kunst, hoe meer vaardigheid, hoe meer vrijheid. Maar een goede oefening is op zichzelf nog geen kunst.

Apenkunstje

De schilderende apen zijn misschien wel creatief, maar niet geheel vrij in hun expressie, want uit zichzelf gaan apen niet schilderen. De aap komt er pas toe wanneer hij van de mens materialen en eventueel ook nog aanwijzingen heeft gekregen. Daarbij schildert de aap in een door de mens gecreëerde setting, die voor de vrij in de wildernis levende aap onnatuurlijk is.

In plaats van een vrije kunstenaar is de aap meer een onderdeel van het kunstconcept van de mens. En erg kunstzinnig en origineel is het niet, wanneer de aap zijn kunstjes moet vertonen om geld in te zamelen voor de dierentuin of zijn schilderijen voor grote bedragen worden verkocht op een veiling voor kunstliefhebbers en investeerders.

Levenskunst

Kunst is vooral een menselijke manier van bijzonder maken en betekenis geven, ook als de betekenis van kunst de kunst zelf is. Misschien is het creatieve spel van vorm en inhoud voor dieren iets wat natuurlijk samenvalt met het leven zelf? Dieren zijn erop gericht te overleven en zich zo goed als mogelijk aan te passen aan hun leefomstandigheden. Als ware levenskunst spelen ze, verkennen, leren en zoeken ze betekenis. En daarbij zingt ieder vogeltje zoals het gebekt is en zijn er ook mensen die als prieelvogels hun kunsten vertonen om indruk te maken op het andere geslacht.

F.S. Scholten 2020

Boekentips

Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn, Frans de Waal
De aap en de sushimeester – Culturele bespiegelingen van een primatoloog, Frans de Waal
The Monkey in Art, Ptolemy Tompkins
De naakte aap, Desmond Morris
The Biology of Art – A Study of the Picture-Making Behaviour of the Great Apes and Its Relationship to Human Art, Desmond Morris
La peinture des singes – histoire et esthétique, Thierry Lenain

ouderen passeren een terras

Mensen die onzeker zijn, proberen vaak om extra zelfverzekerd over te komen. Zo zal het ook wel zijn met die mensen die tegenwoordig extra nadrukkelijk willen laten blijken dat ze niet bang zijn voor corona. Sommigen zijn zo uitgelaten en opgetogen in hun begroetingen op straat, dat ze nog een extra stap in je richting zetten. Gepensioneerden op e-bikes scheuren breed lachend rakelings langs je over de stoep. Hardlopers rennen op je af alsof je die leuke tante Truus bent die ze in eeuwen niet hebben gezien. Hondenuitlaters gaan met hun viervoeter vlak naast je staan, terwijl je bezig bent met een verse drol en een poepzakje. Sommige wielrenners snijden je zoals altijd de weg af, maar nu met een hijgende groet recht in je gezicht. Als je in de supermarkt ontwijkend een ander gangpad inschiet, lachen ze smalend naar je met een pak pleepapier in hun handen. Op het trottoir lopen ze fier en breeduit naar lucht happend, omdat ze zichzelf amper kunnen bijhouden.
Wie onzeker is, komt ook graag samen, dus waar iedereen is, daar moeten ze zijn. Met hoe meer hoe beter, om liefst luidruchtig met elkaar in te stemmen. Wij leven weer gewoon ons leven, ja wij hebben daar recht op, want wij laten ons niet gek maken! Wij zijn niet bang voor corona!

Als woningzoekende sta ik bij zoveel woningbouw organisaties ingeschreven, het is bijna half Nederland. Elke dag ontvang ik e-mails met woningaanbod. Het doet een beetje denken aan een Fundaverslaving, eindeloos veel woningen bekijken, maar niets kunnen kopen of huren. Maar dan zonder de interieurfoto’s, dat is wel jammer, daar doen ze bij de sociale woningbouw niet aan.
Maar het is genieten, elke dag speel ik mee in meerdere loterijen, met een korte en een lange straat. En ik ben niet de enige met een lot, ook al sta ik meer dan 15 jaar ingeschreven, het blijft spannend! Voor extra kans heb ik nu extra lootjes op een woonplaats gezet, speciaal voor de verlotingswoningen, het échte geluk.
Als je maar lang genoeg blijft meespelen, dan win je uiteindelijk wel wat. Hopelijk is het dan wel rollator-proof. Elke dag kans! Het is een oefening in geduld en vertrouwen, een eigen geldje hebben ze helaas niet.

Wie niet fietsen kan, moet maar lopen

Ja, dat is even schrikken he. Maar met het vuur aan je schenen en het water aan je lippen komt de creativiteit tot bloei. Out of the box, never waste a good crisis, want het is een ‘blessing in disguise’. En zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, wat je zegt ben je zelf. Misschien dat daardoor tegenwoordig zoveel hoogleraren, psychiaters, economen en BN’ers hun visie op corona verkondigen. 

Corona is niet alleen een kans, het is ook een gevolg van ons eigen handelen, beweren ze. Met corona zegt ‘moeder aarde’ dat het nu wel even welletjes is en geeft de mens een standje. Psychiater Pietje Puk blijkt een allrounder te zijn, want covid19 is een reset volgens hem. Een Ctrl-alt-delete, tot stilstand komen en weer opstarten, uiteraard na de geleerde lessen. Hij knijpt niet alleen zielen, maar ook de hele wereld, zo veelzijdig is die man!

Nu is het de tijd om de wereld te veranderen! Dit is het keerpunt! Jubelt Grietje Pietje op sociale media. Het is een generale repetitie, een waarschuwing, een uitdaging. Covid is een signaal, een teken! Halleluja! De vraag is alleen van wie of van wat?

Als een Hosannakoor gaan ze in galop door de winkelstraten van Twitter, Facebook en Linkedin. ‘Laten wij het virus omarmen’, want het virus is een ‘gezonde correctie’ van de natuur, Halleluja! Een dooddoener als ‘de dood hoort bij het leven’ wordt herhaald alsof ze het al die tijd stiekem al dachten, maar niet durfden uitspreken. Maar nu mag het hoor, ja, er mag gehuild worden, want het leven ís niet alleen maar leuk! Halleluja!

De dood hoort bij het leven en succes is een keuze. Voor velen een reden om de bühne op te gaan met hun persoonlijke expertise, het is per slot een deel-economie! De één na de ander slingert met een minzaam glimlachje zijn persoonlijk zelfgebakken of gejatte hapklare brokken de wereld in. De American dream van visie en wijsheid. Alles kan, opleiding, achtergrond, leeftijd, maakt niet uit, iedereen zijn minutes of fame, als je maar zorgt dat je publiek hebt. Want een beetje op je balkon quasi intellectueel met een glaasje wijn wat voor je uit neuzelen over de wereldproblematiek, daar kom je er natuurlijk niet mee. 

Ondertussen hopeloos op zoek naar zingeving, want Corona kan natuurlijk geen toeval zijn, het moet een betekenis hebben, stel je voor dat het leven onredelijk is. Ja, nee, dat kan Pietertje Bobo, die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft, niet uitleggen vanaf zijn jacht zeilend rond het Griekse eiland Lesbos. Het leven is nou eenmaal niet alleen maar leuk en gelukkig. Ja, we moeten nou eenmaal een stapje terug doen met die corona, dus zijn we dit jaar maar met de boot gegaan. 

Terwijl al die types elkaar filosofisch semi-intellectueel de les lezen over transitie, vrijheid en leren loslaten, om te laten zien aan weer andere types waar ze voor staan, gaat het werkelijke leven door waar de mensen die pech hebben het vaak maar alleen moeten zien te rooien.

Praat me niet van afbouw en opbouw, dat na regen de zon komt, dat wisten we al, daar is geen crisis voor nodig. Maar ze hebben natuurlijk wel gelijk, als je niet kunt fietsen, kun je maar beter gaan lopen.

Voor influencer Miranda zijn het nu heel moeilijke tijden. Alle influence is nu influenza.
Ze heeft nog wat geprobeerd met mondkapjes fashion, maar dat werd niks, teveel concurrentie. Maar sinds kort heeft Miranda nieuwe tutorials op haar youtube kanaal en die blijken een groot succes.

Het begon eigenlijk als grapje’ vertelt Miranda, maar de kruiswoordpuzzel-vlogs blijken een gat in de markt te zijn. 

‘Ja, echt awesome, mega niet verwacht! Je hart volgen, ik zeg het al jaren, alleen als je je eigen persoonlijke kern volgt, valt uiteindelijk alles samen.’ reageert Miranda op haar succes. 
Ze moet nog wel wennen aan haar nieuwe doelgroep van bejaarden.

‘Binnenkort start ik een nieuwe campagne ‘How-to-Tablet’, super simpele tablet instructies voor ouderen.’ 
Ook in moeilijke tijden toont Miranda zich een echte ondernemer.

Het belang van sportscholen

Waarschijnlijk klink ik als een bejaarde als ik zeg dat het in mijn tijd echt niet ‘cool’ was om en plein publiek buiten te gaan sporten. Geen haar op mijn hoofd die er ooit aan dacht om in een fluoriserend strak sportpakje buiten te gaan rondsjokken, laat staan push ups of rek, strek en springbewegingen te gaan maken in een park.

Nee, je hing wat rond, schreef vage poëzie, maakte een tekening en rookte Javaanse jongens. Een zweetband was een fashion item.

Nou ben ik niet zo oud dat ik uit de tijd stam dat eten in het openbaar als aanstootgevend werd opgevat, maar dat tijden veranderen is me wel duidelijk.

In je glimmende latex hijgend hossen door het parkje om de hoek, is voor velen tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. In groepjes buiten rondrennen en gymnastieken is algemeen geaccepteerd. Met ontbloot bovenlijf je optrekken aan speeltuinobjecten, waarom niet? Je op het pleintje met gratis publiek laten afbeulen door een personal training coach is een teken van welvaart. Midden op straat je dagelijkse Thai chi beoefenen, wie kijkt er nog van op?

Goedkoop buiten sporten, eigenlijk zou het echt iets voor mij kunnen zijn. Maar de voornaamste gratis sport die ik beoefen zijn de trappen naar de vierde verdieping van de galerijflat. En fietsen en wandelen in mijn dagelijkse kloffie vind ik wel goed genoeg.

Het belang van sportscholen wordt nu door de coronamaatregelen meer zichtbaar, de parken en straten zijn overvol met sportievelingen. Bij sommige vraag ik me af hoe de sport heet die ze beoefenen.

Misschien keek ik vroeger teveel naar Fame, dat ik me steeds afvraag, waarom sport en niet dansen? Met weemoed denk ik terug aan een straatbeeld zonder zwetende rood aangelopen lichamen in sportkledij.
We kijken uit naar het moment dat de sportscholen en fitnessruimten weer open gaan, ja laten we dan spontaan op straat gaan dansen.

De verwarming was defect, stress! Wat controle en testjes gedaan met de CV ketel. Hoeveel bar? Temperatuur uitvoer, instelling CV vermogen, check radiatoren, check kranen, resetten enzovoorts. Instructieboek doornemen, errorcodes noteren, vaderlijk advies gevraagd en uiteindelijk de storingsdienst gebeld. 

De monteur kwam snel. Ik leg hem de situatie uit: ‘Het is als volgt, de pomp is vorig jaar vervangen, alle radiatoren zijn ontlucht, er zijn geen lekkende warm waterkranen, installatie heeft een reset gehad en alle radiatoren zijn geheel open. Wanneer de thermostaat omhoog gedraaid wordt, slaat ketel aan, temperatuur loopt op van 40 naar 80 graden en op dat moment slaat de ketel af door beveiligingsmechanisme, omdat de temperatuur te hoog wordt, omdat hij zijn warmte niet kwijt kan. Aangezien de warm watervoorziening wél werkt en de radiatoren geheel koud zijn, zal dit mogelijkerwijs liggen aan de driewegklep, dat deze niet kan omschakelen van kraan naar verwarming.’

Zegt de monteur: ‘Oké, u bent aangenomen, u kunt bij ons komen werken, wanneer kunt u beginnen?’

Ontdek je pure ik met Naked Yoga, dé nieuwste trend in Mindfull bezig zijn! Voor zowel de beginner als de gevorderde is Naked Yoga zeer gemakkelijk toe te passen en het geeft je een ware energieboost. Het intensiveert de positieve effecten van yoga practicing en helpt je om weer mentaal en fysiek in balans te komen.

Uit diverse Amerikaanse onderzoeken is gebleken dat Naked Yoga zeer effectief is in het verbeteren van een laag zelfbeeld. In Nederland zijn er inmiddels diverse studiegroepen en therapieën gestart met veelbelovende resultaten.

Naked Yoga brengt je in een diep geaarde staat van zijn. Het helpt tegen stress, geeft een diepe ontspanning, stimuleert je spijsvertering, versterkt je immuunsysteem, maakt je flexibel en brengt je tot je ware essentie.

Naked Yoga is meer dan luisteren naar je lichaam, het stimuleert intensief al je zintuigen. Het oog maakt contact met je ware zelf en de neus herkent zijn eigen aardse atmosfeer. Bij regelmatige beoefening zal de blote huid zich openen voor alles wat zich in het hier en nu binnen en buiten aandient.

Hoe druk je dag ook is, laad jezelf weer op en gun jezelf de vrijheid van het ware bewustzijn. Dus, zoek niet langer in de wasmand naar waar of je joggingbroek is gebleven. Als je écht wilt werken aan jezelf, doe Naked Yoga! Voel je nóg beter in je blote vel!